Scholen voor talent
        
 

Waarom moet je wiskunde leren in het voortgezet onderwijs ?
Wiskunde is een verplicht vak in alle leerjaren van de onderbouw, maar je begrijpt wel dat je op havo- en vwo-niveau een andere soortwiskunde zult krijgen dan op mavo-niveau. Toch is het verschil ook weer niet zo heel groot, want getallen komen uiteraard binnen elk niveau voor en ook wordt in elk niveau hetzelfde onderwerp behandeld, alleen wordt hier in de havo-klassen dieper op in gegaan.

Waarom moeten de leerlingen wiskunde leren?
Iedereen heeft wiskunde nodig in zijn leven. De ene keer maak je hier bewust gebruik van, de andere keer onbewust. Soms gaat het niet veel verder dan wat kunnen rekenen: met geld in de supermarkt, dat wat je aan belasting (bijvoorbeeld procentueel gezien) moet betalen, welke telefoonaanbieder voor jou het voordeligst is, bij welke lening je de minste rente moet betalen. Getallen zijn dus overal te vinden.
Natuurlijk kun je zeggen: “Dat laat ik iemand anders wel voor me doen”. Maar dan ben je wel erg afhankelijk van (de goede bedoelingen van) anderen. Ook zal veel informatie in de verschillende media jou dan ontgaan: denk aan grafiekjes en andere diagrammen (beursmarkt) in bijvoorbeeld kranten.
Ook is het goed te bedenken dat veel van de dingen die ons leven aangenaam maken zonder wiskunde niet zouden zijn ontwikkeld: geen computers, geen telefoon en ook niets wat daar van afhankelijk is. De wiskunde
speelt dus een belangrijke rol in de samenleving en komt overal voor: thuis, in de supermarkt, op markten, op je werk. Een minimale hoeveelheid wiskunde heb je nodig om je in de maatschappij verder te kunnen ontwikkelen.

 

 

 

Als je het boek van Moderne Wiskunde doorbladert zie je deze dingen allemaal terugkomen in een rekencontext. En dat maakt de wiskundelessen leuk en boeiend. Als je verder ook kijkt naar andere vakken, zul je gauw merken dat ook hier wiskunde in verborgen zit. Zo gebruik je wiskunde om bijvoorbeeld de zwaartekracht te berekenen bij natuurkunde. Hiervoor moet je formules gebruiken. Hoe je formules leert gebruiken en opstellen leer je uitgebreid bij wiskunde.

 

Een gedeelte van de scheikunde bestaat uit het toepassen van wiskundige kennis. De leerlingen moeten kennis hebben van lineaire, kwadratische en logaritmische functies en verder moet je hiervoor een goede rekenvaardigheid bezitten en grafieken kunnen interpreteren. Wiskunde is niet alleen nodig om informatie bij de vakken natuur- en scheikunde tot je te kunnen nemen. Ook economie en aardrijkskunde vragen veel wiskundige vaardigheden. Bij aardrijkskunde kun je dan denken aan rekenen met schaal, aflezen van grafieken en tabellen. Om economisch te leren denken, is wiskunde A van groot belang. Bij economie heb je wiskunde als achtergrond van dit vak, dus de economie kan niet zonder stevige wiskunde doorgroeien.

   

Wiskunde is dus een belangrijk vak op de middelbare school en ook in het mens leven, omdat wiskunde overal om je heen is. Pythagoras, een hele beroemde wiskundige waar je misschien wel eens over gehoord hebt, beweerde dat al zo’n 600 jaar voor Christus. Heel interessant, maar hij bedoelde er iets anders mee dan wat we er nu meestal mee bedoelen. De wiskunde waar wij op doelen zit in allerlei machines en apparaten die iedereen dagelijks gebruikt. Computers, televisies, mp3-spelers, x-boxen, auto’s, brommers, ruimteschepen, hersenscanners, laserapparaten,  rekenmachines niet te vergeten, en ga zo maar door; het zou allemaal niet hebben bestaan wanneer er geen mensen waren geweest die de wiskunde hebben uitgevonden. Met z’n allen willen we graag dat al die apparaten blijven werken en misschien willen we nog wel meer van dergelijke apparaten uitvinden. Daarom moet iedereen wiskunde leren!

 

Als het bovenstaande niet overtuigend en compleet genoeg is voor je, lees hieronder dan de 40 argumenten door om inzicht te krijgen in waarom wiskunde een verplicht vak is op de middelbare school. 

 Waarom wiskunde?!?

1. Je hebt het nodig voor je eindexamen.

2. Je hebt het nodig voor je vervolgstudie of je beroep.

3. Je leert logisch na te denken.

4. Je leert ordenen, structureren en schematiseren.

5. Je leert verbanden te herkennen.

6. Je leert systematisch gegevens te verzamelen en te verwerken.

7. Met wiskunde kun je voorspellingen doen.

8. Wiskunde hoort bij je algemene ontwikkeling.

9. Je moet er iets van weten omdat wiskunde veel belangrijke toepassingen kent, in de  techniek, in andere wetenschappen, in de maatschappij en het dagelijks leven.
10.Wiskunde vervult een belangrijke rol in de samenleving.
11. Met wiskunde kun je verschijnselen beschrijven en verklaren.
12. Wiskunde kan aanleiding geven tot verkenningen en experimenteren.
13. Je leert zien dat wiskunde een krachtig, maar vaak ook een beperkt hulpmiddel is, als het gaat om modelbouw.
14. Je leert manipulaties met gegevens te doorzien.
15. Je leert puzzelen.
16. Je leert relevante zaken onderscheiden.
17. Wiskunde is leuk om te doen.
18. Je leert problemen aan te pakken op een wiskundige manier; je leert problemen te

visualiseren.
19. Je doet ontdekkingen, je denkt zelf iets uit. Met wiskunde kun je verrassende

ontdekkingen doen.
20. Wiskunde helpt je om de wereld om je heen beter te begrijpen.

21. Met wiskunde leer je generaliseren.

22. Wiskunde kan uitkomst bieden bij een denkconflict. Onwaarschijnlijke resultaten

kunnen met wiskunde verklaard worden.

23. Wiskunde leert je een aantal} denkwijzen.

24. Wiskunde is een efficiënte taal, waarmee je allerlei zaken kort en waterdicht kunt

beschrijven. Deze is anders dan de alledaagse taal.

25. Wiskunde is en wordt door mensen gemaakt, door alle eeuwen heen. Wiskunde is het resultaat van een lange historische worsteling; daar moet je iets van weten.

26. Bij wiskunde leer je 'prutsen', een zeer belangrijke activiteit.

27. Wiskunde ontwikkelt het zelfvertrouwen, omdat je dingen afkrijgt, doorkrijgt en oplossingen vindt.

28. Wiskunde ontwikkelt een kritische houding.

29. Bij wiskunde kun je leerprocessen observeren en reflecteren op eigen leren,    nadenken over eigen denken is belangrijk.

30. Wiskunde kan zekerheid geven.

31. Wiskunde bevordert duidelijkheid in de communicatie.

32. Wiskunde maakt je zelfstandig.

33. Wiskunde maakt je flexibel.

34. Wiskunde prikkelt je nieuwsgierigheid, maakt je onderzoeksgericht.

35. Wiskunde verhoogt je weerbaarheid.

36. Wiskunde biedt je gelegenheid tot sociale contacten.

37. Met wiskunde kun je overtuigen.

38. Wiskunde is cultuur.

39. Wiskunde is een creatief vak.

Wie was Pythagoras?
Pythagoras van Samos was een Griekse filosoof, geboren op het Griekse eiland Samos rond 570/580 vóór Christus. In het jaar 529 vóór Christus is hij naar Italië gegaan, om precies te zijn naar Crotona, en heeft daar zijn eigen school opgericht waar hij aan volwassenen filosofie en wiskunde leerde. Pythagoras was héél gelovig. Alle studenten op zijn school moesten zich houden aan bepaalde regels, bijvoorbeeld het niet eten van vlees. Pythagoras dacht dat hierdoor de ziel schoon bleef. Ze moesten vijf jaar lang stil zijn, luisteren naar de theorieën van oudere studenten. Deed een van de studenten van Pythagoras een ontdekking dan bleef hij anoniem, de ontdekking was door de school gedaan, de school kreeg dus alle eer en niet de student. In Crotona is hij gestorven rond 497 vóór Christus. Hij hield zich, naast de filosofie, ook veel bezig met de wiskunde en de astronomie. Hij ontwikkelde bijvoorbeeld de theorie dat licht uit een lichtbron op alle voorwerpen weerkaatst, en dat die weerkaatsingen van licht, als deze op je ogen vallen, ervoor zorgen dat je kunt zien. Voor de wiskunde heeft hij "de stelling van Pythagoras" bedacht.

 

Als kind groeide Pythagoras op in Samos. Hij reisde ook erg veel met zijn vader naar bijvoorbeeld Tyre en sprak daar op jonge leeftijd al met de geleerden uit Syrië. Ook heeft hij Italië bezocht met zijn vader.

Pythagoras had 2 of 3 broers. Hij was een zeer intelligente jongen. Hij speelde het lierspel en schreef gedichten. Onder zijn leraren op school zaten ook 3 filosofen. Zij leerden Pythagoras over het leven.
   

 

Binnen de gemeenschap van de Pythagoreërs (volgelingen van Pythagoras) werkte men vooral aan filosofie en wiskunde. Een van de belangrijkste punten uit het wereldbeeld van Pythagoras was bijvoorbeeld dat alles een getal was. Zo was het getal 3 de man en 2 de vrouw; logischerwijs stelde 5 = 2 3 dan het huwelijk voor.

 

                                      

     Pythagorasboom              

Volgens sommige bronnen woonde Pythagoras eerst een tijd in Egypte en daarna als krijgsgevangene in Babylon (het huidige Bagdad), voordat hij naar Samos terugkeerde.

 

Het bewijs van de stelling van Pythagors ziet er als volgt uit:

In een rechthoekige driehoek noemen de rechthoekszijden (de zijden die aan de hoek van 90 graden liggen) a en b. De schuine zijde (de zijde die niet aan rechte hoek grenst, ook wel ``hypotenusa`` genoemd`` noemen we c. De stelling van Pythagoras geeft nu een verband tussen de lengtes van de rechthoekszijden (a en b) en de lengte van de schuine zijde c. `` In een rechthoekige driehoek is het kwadraat van de lengte van de schuine zijde ( het wordt ook de langste zijde genoemd) gelijk aan de som van de kwadraat van de lengtes van de rechthoekszijden `` .

 

In de bekende wiskundige vorm :    

 

                                              

 

Namens sectie wiskunde

 

                                                                                                                                          Terug

Inloggen | contact | sitemap | ontwerp en realisatie SchoolMaster BV